Plagen en pesten, protocol bij pesten

Plagen is niet hetzelfde als pesten:
Plagen gebeurt incidenteel, en duurt kort. Het gebeurt op basis van gelijkwaardigheid en respect, en de partijen zijn aan elkaar gewaagd. Het gebeurt soms ook met humor. Het is niet steeds dezelfde die geplaagd wordt, en is meestal 1 tegen 1. Het wordt door geen van de partijen als bedreigend ervaren. Op het moment dat het gebeurt kan het vervelend zijn, maar dat gevoel is snel weer over. De relatie wordt weer snel hersteld, en men blijft opgenomen in de groep. De ruzie of het conflict wordt weer snel bijgelegd. Plagen mag, het is goed voor de sociaal – emotionele ontwikkeling en stimuleert het relativeringsvermogen.
Pesten gebeurt berekenend, herhaaldelijk, stelselmatig, systematisch. Er is sprake van machtsongelijkheid,  en een pester heeft geen positieve bedoelingen. Meestal staat er een groep tegenover 1 geďsoleerd slachtoffer. De pester wordt de winnaar en de gepeste de verliezer. Pesten is het afreageren van agressie of eigen onvermogen (het zondebokeffect). Bij niet tijdig ingrijpen heeft pesten zowel lichamelijke als psychische gevolgen voor de gepeste, vaak ontstaat er een isolement en eenzaamheid. Ook de groep lijdt onder het gebrek aan veiligheid, waardoor er minder spontaniteit en openheid is en men minder vertrouwen heeft in elkaar.
Let wel: plagen kan wel ontaarden in pesten!

Voorbeelden van pestgedrag:
  • altijd bijnamen of scheldnamen gebruiken i.p.v. de echte naam
  • zogenaamd leuke (maar dus kwetsende) opmerkingen maken
  • briefjes over een kind schrijven en doorgeven
  • vernederen / beledigen
  • vervelende opmerkingen maken over kleding, uiterlijk, lichaamskenmerken, afkomst
  • bedreigen / bedreigende opmerkingen maken
  • fysiek: slaan, schoppen, spugen, krabben, bijten, haren trekken etc.
  • opwachten en/of achtervolgen
  • dwingen om spullen af te geven, of spullen afpakken
  • spullen kapot maken of beschadigen
  • uitsluiten
  • in de val laten lopen, klem zetten
  • dwingen bepaalde handelingen te verrichten
 
Als er sprake is van pesten, zien we verschillende rollen, die van pester en gepeste zijn het bekendst. Maar ook de omstanders hebben, vaak onbewust, invloed op het pesten.
 
 In het kort zijn dit de verschillende rollen:
  • de pester: is vaak onzeker, wil graag stoer gevonden worden en het middelpunt zijn; denkt door te pesten dat iedereen hem / haar grappig zal vinden; is vaak vooral met zichzelf bezig en houdt geen rekening met anderen; heeft moeite met grenzen en regels; vertoont vaak agressief gedrag en gebruikt agressieve taal
  • de gepeste: voelt zich vaak verdrietig en eenzaam; durft vaak niets terug te doen of het aan iemand te vertellen; is bang daarna nog meer gepest te worden; vaak is er sprake van een beperkte weerbaarheid
  • de meepester: doet mee met het pesten en denkt dat hij / zij er dan bij hoort; is vaak bang om zelf gepest te worden
  • de helper: neemt het op voor de gepeste; vindt het niet goed dat er gepest wordt en is niet bang voor de pester; helpt graag en is vaak zelf populair
  • de stiekemerd: vindt het goed dat er gepest wordt maar bemoeit zich er niet mee; is bang om zelf gepest te worden; roept anderen erbij om het pesten te steunen
  • de buitenstaander: denkt dat er niet gepest wordt; kan het ook niet schelen als er gepest zou worden zolang hij / zij er zelf maar geen last van heeft
  • de stille: vindt pesten gemeen maar bemoeit zich er niet mee; durft niets te doen of te zeggen; is bang om zelf gepest te worden
Maatregelen bij pestgedrag (en ook ander ongewenst gedrag als agressie, seksuele intimidatie, racisme, discriminatie)
  • Incidenten lost de leerkracht op volgens de GDO-conflicthantering.
  • Aanhoudend pestgedrag bespreekt de leerkracht met de betrokken kinderen. Samen met die kinderen probeert deze tot een oplossing te komen en afspraken te maken.
  • Als pestgedrag niet stopt brengt de leerkracht de ouders van de betrokken kinderen op de hoogte van de ongewenste gebeurtenissen. De leerkracht bespreekt met de pester het gewenste gedrag (het ongewenste gedrag moet stoppen) en welke sancties bij overtredingen volgen. De sanctie is bij voorkeur passend bij de situatie en de toedracht, en veiligheid staat altijd voorop. Te denken valt bijvoorbeeld aan het uitsluiten van activiteiten als buiten spelen, gym, excursies. De leerkracht legt de afspraken vast en leerling en leerkracht ondertekenen. De leerkracht brengt de directie en / of de interne contactpersoon op  de hoogte.
  • De leerkracht bespreekt dit in het zorgteam. Overleg met of verwijzen naar externe instanties als G.G.D., Jeugdzorg, R.I.A.G.G., J.G.W. en M.W. zijn verdere mogelijkheden.
  • Indien het gedrag van het kind niet verbetert of als de ouders onvoldoende meewerken wordt het kind buiten de groep geplaatst en heeft de directie een gesprek met de ouders  en de pester, waarin de consequenties besproken worden:
  • Indien het gedrag niet aanzienlijk verbetert en het kind gaat nogmaals ernstig in de fout, volgt een “time-out” (ter afkoeling en bezinning, en dus niet gezellig een middagje thuis!) voor de rest van de dag. Ouders moeten het kind komen ophalen. De volgende dag gaat het kind pas terug in de groep, na een gesprek waarin nogmaals duidelijke afspraken worden gemaakt.
  • Blijft het gedrag aanhouden, dan treedt het “Protocol Schorsing en Verwijdering” van SALTO in werking (zie 6.7).
Bij pestgedrag vindt steeds afstemming plaats met de betrokkenen: kind, ouders, leerkracht, zorgteam, directie en eventueel de schoolcontactpersoon.
 
Hulp aan de verschillende partijen
Hulp aan de gepeste:
  • Gesprekken met een persoon die het kind vertrouwt, bij voorkeur de leerkracht. In eerste instantie gaat het vooral om medeleven, luisteren, nagaan wat er allemaal gebeurt. Daarna komt ook aan de orde wat ieders rol in de gebeurtenissen is, hoe het ook anders zou kunnen. Wij bespreken met het kind welke oplossing het zelf graag wil.
  • Tijd en ruimte bieden voor verwerking van de gebeurtenissen, in en buiten school.
  • De sterke kanten naar voren halen en benadrukken.
  • Werken aan de houding en opstelling van het kind (zelfvertrouwen, weerbaarheid etc.) en het kind belonen als dit lukt
  • Gesprekken met de ouders van het gepeste kind.
  • Niet overbeschermen en in een uitzonderingspositie plaatsen.
  • Indien nodig professionele hulp inschakelen.
 
Hulp aan de pester:
  • Een gesprek met de pester waarin ondubbelzinnig wordt aangegeven welk gedrag wel en niet getolereerd wordt, en wat de consequenties zijn.
  • De reden van het pesten trachten te achterhalen.
  • Gesprekken met de ouders van de pester.
  • Indien nodig professionele hulp inschakelen.
  • Gewenst gedrag belonen.
  • Excuses aan laten bieden
  • Een andere manier van reageren aanleren (bijvoorbeeld “stop – denk – doe”)
 
Hulp aan de rest van de groep:
  • Maak het bepreekbaar in de groep
  • Maak kinderen bewust van de rol die zij hebben / innemen (meepester, helper, stiekemerd, buitenstaander, stille)
  • Maak kinderen bewust van wat het effect van hun eigen gedrag is
  • Stimuleer dat kinderen een eigen standpunt innemen
  • Indien nodig externe hulp inschakelen, in overleg met de ouders
 
Adviezen  aan de ouders:
  • Blijf met uw kind in gesprek
  • Blijf met school in gesprek
  • Wordt uw kind buiten school gepest, neem dan contact op met de ouders van de pester
  • Neem een probleem van uw kind serieus
  • Stimuleer en beloon gewenst gedrag
  • Leer uw kind om op een goede manier voor zichzelf op te komen
  • Geef zelf het goede voorbeeld
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
 
Scholen worden bij wet verplicht om op effectieve wijze pesten tegen te gaan. Gepeste kinderen en hun ouders die op school geen gehoor vinden, kunnen in het uiterste geval terecht bij de Kinderombudsman,
www.kinderombudsman.nl.